jacht
zelfstandig naamwoord, werkwoord /jɑxt/Betekenis
- het achtervolgen van wilde dieren met als doel ze te doden en op te eten
- het achtervolgen van misdadigers door de politie
- een snel vaartuig
Hoe spreek je jacht uit?
/jɑxt/
Jacht bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord
- / het achtervolgen van wilde dieren met als doel ze te doden en op te eten feminine, masculine
- / het achtervolgen van (vermeende) misdadigers door o.a. de politie feminine, figuratively, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (jachtje) | verkleinwoord, tweede persoon |
| (jachtjes) | verkleinwoord, enkelvoud |
| jachten | enkelvoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van jachten
- gebiedende wijs van jachten
Vervoeging van jacht
jachthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘het vervolgen van dieren’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van jacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jachtje | woordvorm | jacht |
| jachtjes | meervoud | jacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jacht zijn vastgelegd.