Naar de inhoud

jakkeren

zich haastig, jachtig ergens heen voortbewegen

jakkeren

werkwoord

Betekenis

  1. zich haastig, jachtig ergens heen voortbewegen
  2. haastig, jachtig voortbewegen, rijden
  3. ~ door jachtig in versneld tempo iets doorvoeren
  4. tweede betekenisomschrijving
  5. enz.

Vervoeging van jakkeren

jakkerenhele werkwoord — jakkerdeverleden tijd enkelvoud — jakkerdenverleden tijd meervoud — gejakkerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jakker jakkerde
jij jakkert jakkerde
hij, zij, het jakkert jakkerde
wij jakkeren jakkerden
jullie jakkeren jakkerden
zij jakkeren jakkerden
Alle 61 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
er is gejakkerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was gejakkerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd gejakkerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt gejakkerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gejakkerd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gejakkerd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou gejakkerd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou gejakkerd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
gejakkerd verleden tijd, deelwoord
gejakkerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gejakkerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gejakkerd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejakkerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejakkerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejakkerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gejakkerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gejakkerd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gejakkerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gejakkerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben gejakkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is gejakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jakker gebiedende wijs
jakkerde verleden tijd
jakkere aanvoegende wijs
jakkerend onvoltooid, deelwoord
te hebben/zijn gejakkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te jakkeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen jakkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gejakkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gejakkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gejakkerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gejakkerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gejakkerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gejakkerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gejakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gejakkerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gejakkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gejakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gejakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gejakkerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gejakkerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejakkerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gejakkerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen jakkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult jakkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘voortjagen’ voor het eerst aangetroffen in 1850

Woordfamilie van jakkeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejakkerd voltooid deelwoord jakkeren
gejakkerde woordvorm jakkeren
jakker gebiedende wijs jakkeren
jakkerde verleden tijd jakkeren
jakkerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon jakkeren
jakkere aanvoegende wijs jakkeren
jakkerend onvoltooid deelwoord jakkeren
jakkerende woordvorm jakkeren
jakkert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon jakkeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jakkeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over jakkeren

Wat is de betekenis van jakkeren?
Jakkeren is een werkwoord. De betekenis is: zich haastig, jachtig ergens heen voortbewegen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik jakkeren?
Zo vervoeg je jakkeren zo: de tegenwoordige tijd is jakker, de verleden tijd is jakkerde en het voltooid deelwoord is gejakkerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord jakkeren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. A 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

jakkeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. A 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

jakkeren in het kort

jakkeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van jakkeren staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort jakkeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

jakkeren: zich haastig, jachtig ergens heen voortbewegen
Deel jakkeren — standaardnederlands.nl