groen-wit
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ɣrunˈwɪtBetekenis
- patroon dat is opgebouwd uit witte en groene vlakken
- tenue van een ploeg dat voornamelijk witte en groene vlakken laat zien
- met groene en witte vlakken
Hoe spreek je groen-wit uit?
/xrunˈwɪt/
Groen-wit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| u | boek |
| n | nek |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
zn samenstelling van groen zn en wit zn , geschreven met een koppelteken volgens spellingregel 6.D
Woordfamilie van groen-wit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| groen-wits | woordvorm | groen-wit |
| groen-witte | woordvorm | groen-wit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van groen-wit zijn vastgelegd.