groenstrook
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een strook die met planten en bomen beplant is.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| groenstroken | meervoud |
| groenstrookje | verkleinwoord, enkelvoud |
| groenstrookjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van groen en strook
Woordfamilie van groenstrook
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| groenstroken | meervoud | groenstrook |
| groenstrookje | verkleinwoord | groenstrook |
| groenstrookjes | verkleinwoord meervoud | groenstrook |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van groenstrook zijn vastgelegd.