citroengeel
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- een kleur geel met RAL-nummer 1012; een gele kleur zoals die van een citroen.
- deze kleur hebbend, een kleur geel, met RAL-nummer 1012.
zelfstandig naamwoord — neuter
- tint geel met RAL-nummer 1012 ( ); een gele kleur zoals die van een citroen. no-plural
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| citroengelen | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- in een tint geel met RAL-nummer 1012 ( ).
Herkomst
samenstelling van citroen en geel
Woordfamilie van citroengeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| citroengeels | woordvorm | citroengeel |
| citroengeelst | woordvorm | citroengeel |
| citroengeelste | woordvorm | citroengeel |
| citroengele | woordvorm | citroengeel |
| citroengelen | meervoud | citroengeel |
| citroengeler | woordvorm | citroengeel |
| citroengelere | woordvorm | citroengeel |
| citroengelers | woordvorm | citroengeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van citroengeel zijn vastgelegd.