vrucht
zelfstandig naamwoord vrʏxtBetekenis
- volgroeid vruchtbeginsel van een boom of plant
- ongeboren jong van een dier of mens
Hoe spreek je vrucht uit?
/vrʏxt/
Vrucht bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| r | rood |
| ʏ | put |
| x | acht |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- voortbrengsel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vruchten | meervoud |
| vruchtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vruchtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘ooft, ongeboren jong’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van vrucht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vruchten | meervoud | vrucht |
| vruchtje | verkleinwoord | vrucht |
| vruchtjes | verkleinwoord meervoud | vrucht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrucht zijn vastgelegd.