brief
zelfstandig naamwoord, werkwoord brifBetekenis
- een geschreven bericht van een persoon naar een ander, meestal in een omslag per post verzonden
- kort
Hoe spreek je brief uit?
/brif/
Brief bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| i | riet |
| f | fiets |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een (traditioneel op papier) geschreven bericht van een persoon naar een ander, meestal in een omslag per post verzonden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| briefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| briefjes | verkleinwoord, meervoud |
| brieven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van briefen
- gebiedende wijs van briefen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van briefen
Vervoeging van brief
briefhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘geschreven boodschap’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Woordfamilie van brief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| briefje | verkleinwoord | brief |
| briefjes | verkleinwoord meervoud | brief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brief zijn vastgelegd.