bijlage
zelfstandig naamwoord ˈbɛilaɣəBetekenis
- een document dat bij een ander document of stuk tekst als aanhangsel is toegevoegd
- een bestand dat bij een e-mail is meegezonden
Hoe spreek je bijlage uit?
/ˈbɛilaxə/
Bijlage bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| l | land |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- document dat bij een ander document of stuk tekst als aanhangsel is toegevoegd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijlagen, bijlages | meervoud |
| bijlagetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bijlagetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
leenvertaling van Duits Beilage "bijvoegsel, bijgerecht, bij-, toevoeging", in de betekenis van ‘geschrift ter aanvulling’ voor het eerst aangetroffen in 1729
Woordfamilie van bijlage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijlages | meervoud | bijlage |
| bijlagetje | verkleinwoord | bijlage |
| bijlagetjes | verkleinwoord meervoud | bijlage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijlage zijn vastgelegd.