genitief
zelfstandig naamwoord ˌɣeniˈtifBetekenis
- één van de 8 naamvallen van de Indo-Europese talen die oorspronkelijk een oorzakelijk voorwerp aanduidde, maar tegenwoordig vooral een bezitsrelatie aanduidt
Hoe spreek je genitief uit?
/ˌxeniˈtif/
Genitief bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| e | veel |
| n | nek |
| i | riet |
| t | tak |
| f | fiets |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen die oorspronkelijk een oorzakelijk voorwerp aanduidde, later vooral een bezitsrelatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| genitiefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| genitiefjes | verkleinwoord, meervoud |
| genitieven | meervoud |
Herkomst
van Latijn (casus) genitīvus "oorsprongsnaamval", leenvertaling van Oudgrieks γενῐκή πτῶσις (genikḗ ptõsis) "het geslacht aanduidende, algemene naamval"; in de betekenis van ‘tweede naamval’ voor het eerst aangetroffen in 1633
Woordfamilie van genitief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genitiefje | verkleinwoord | genitief |
| genitiefjes | verkleinwoord meervoud | genitief |
| genitieven | meervoud | genitief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van genitief zijn vastgelegd.