perspectief
zelfstandig naamwoord /pɛrspɛkˈtif/Betekenis
- het aanhouden van zodanige proporties in een vlakke afbeelding dat deze overkomen met hoe de wereld in drie dimensies waargenomen wordt
- vooruitzicht op gunstige mogelijkheden
- plaats en richting vanwaaruit men iets bekijkt
Hoe spreek je perspectief uit?
/pɛrspɛkˈtif/
Perspectief bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| k | kat |
| t | tak |
| i | riet |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| perspectiefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| perspectiefjes | verkleinwoord, meervoud |
| perspectieven | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘doorzichtkunde’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van perspectief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| perspectiefje | verkleinwoord | perspectief |
| perspectiefjes | verkleinwoord meervoud | perspectief |
| perspectieven | meervoud | perspectief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van perspectief zijn vastgelegd.