briefen
werkwoord ˈbriːfə(n)Betekenis
- mondeling instrueren
- iemand bijpraten met het oog op een te vervullen taak
Hoe spreek je briefen uit?
/ˈbrifən/
Briefen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| i | riet |
| f | fiets |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van briefen
briefenhele werkwoord — briefdeverleden tijd enkelvoud — briefdenverleden tijd meervoud — (gebriefd) *voltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | brief | briefde |
| jij | brieft | briefde |
| hij, zij, het | brieft | briefde |
| wij | briefen | briefden |
| jullie | briefen | briefden |
| zij | briefen | briefden |
Alle 182 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (briefde) * | verleden tijd |
| (gebriefd) * | verleden tijd, deelwoord |
| - | impersonal, passief |
| ben gebriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gebriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bent/is gebriefd gebrieft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| brief | gebiedende wijs |
| briefe | aanvoegende wijs |
| briefend | onvoltooid, deelwoord |
| briefte | verleden tijd |
| er is gebriefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebriefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebriefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebriefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebriefd | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebriefd | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebriefd | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebriefd | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebriefd | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebriefd | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebriefd | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebriefd | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebriefd | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebriefd | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebriefd | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebriefd | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebriefd | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebriefd | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebriefd | verleden tijd, deelwoord |
| gebrieft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebrieft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebrieft | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| gebrieft | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| gebrieft | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| gebrieft | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| gebrieft | verleden tijd, deelwoord |
| gebrieft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| gebrieft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| gebrieft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| gebrieft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| gebrieft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| gebrieft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| gebrieft | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| gebrieft hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| gebrieft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| gebrieft hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| gebrieft hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| gebrieft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| gebrieft hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| gebrieft te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebrieft te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebrieft te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebrieft te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebrieft te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebrieft worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| gebrieft worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| gebrieft worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| gebrieft worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| gebrieft zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| gebrieft zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| gebrieft zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebrieft zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| gebrieft zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| gebrieft zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| gebrieft zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| gebrieft zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| gebrieft zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| gebrieft zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebrieft zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebrieft zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebriefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebriefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebriefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebriefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebriefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt/heeft gebriefd gebrieft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gebriefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te briefen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebriefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen briefen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gebriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebriefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gebriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebriefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gebriefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gebriefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gebriefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal briefen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal briefen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal briefen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebriefd | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebriefd | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebriefd | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal/zult gebriefd gebrieft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘instrueren, inlichten’ voor het eerst aangetroffen in 1989
Woordfamilie van briefen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| briefde | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | briefen |
| briefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | briefen |
| briefe | aanvoegende wijs | briefen |
| briefend | onvoltooid deelwoord | briefen |
| briefende | woordvorm | briefen |
| brieft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | briefen |
| briefte | verleden tijd | briefen |
| brieften | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | briefen |
| gebriefd | active, infinitive, voltooid, future, short-form | briefen |
| gebriefde | woordvorm | briefen |
| gebrieft | voltooid deelwoord | briefen |
| gebriefte | woordvorm | briefen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van briefen zijn vastgelegd.