tarief
zelfstandig naamwoord /tɑˈrif/Betekenis
- een vastgesteld bedrag per eenheid
Hoe spreek je tarief uit?
/tɑˈrif/
Tarief bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| i | riet |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tariefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tariefjes | verkleinwoord, meervoud |
| tarieven | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘prijslijst’ voor het eerst aangetroffen in 1806
Woordfamilie van tarief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tariefje | verkleinwoord | tarief |
| tariefjes | verkleinwoord meervoud | tarief |
| tarieven | meervoud | tarief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tarief zijn vastgelegd.