afsluiting
zelfstandig naamwoord ˈɑfslœytɪŋBetekenis
- iets afsluiten
- beëindiging, einde
- een voorwerp dat ervoor zorgt dat iets afgesloten wordt
Hoe spreek je afsluiting uit?
/ˈɑfslœytɪŋ/
Afsluiting bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| l | land |
| œy | huis |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afsluitingen | meervoud |
| afsluitinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afsluitinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afsluiten met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van afsluiting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afsluitingen | meervoud | afsluiting |
| afsluitinkje | verkleinwoord | afsluiting |
| afsluitinkjes | verkleinwoord meervoud | afsluiting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afsluiting zijn vastgelegd.