blanket
zelfstandig naamwoord, werkwoord blɑŋˈkɛtBetekenis
- getekende volmacht waar nog niet op staat waarvoor zij is verleend of hoe zij is beperkt, zodat de volmachtnemer dat zelf kan invullen
- smeersel of poeder waarmee men de huid witter maakt
- uiterlijke aanpassing om iets te verbergen
- benaming voor sommige witgele peren
- halffabrikaat bij het maken van rubber
- deken
Hoe spreek je blanket uit?
/blɑŋˈkɛt/
Blanket bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blankets | enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blanketten | enkelvoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van blanketten
- gebiedende wijs van blanketten
Vervoeging van blanket
blankethele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] blanketten | canonical |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blanketten | enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blankets | enkelvoud |
Woordfamilie van blanket
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blankets | enkelvoud | blanket |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blanket zijn vastgelegd.