trekkebenen
werkwoord /ˈtrɛkəˌbenə(n)/Betekenis
- mank lopen; bewegen met een stijf of pijnlijk been
Hoe spreek je trekkebenen uit?
/ˈtrɛkəˌbenən/
Trekkebenen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ə | de |
| b | bak |
| e | veel |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van trekkebenen
trekkebenenhele werkwoord — trekkebeendeverleden tijd enkelvoud — trekkebeendenverleden tijd meervoud — getrekkebeendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | trekkebeen | trekkebeende |
| jij | trekkebeent | trekkebeende |
| hij, zij, het | trekkebeent | trekkebeende |
| wij | trekkebenen | trekkebeenden |
| jullie | trekkebenen | trekkebeenden |
| zij | trekkebenen | trekkebeenden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| getrekkebeend | verleden tijd, deelwoord |
| getrekkebeend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getrekkebeend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getrekkebeend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getrekkebeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getrekkebeend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getrekkebeend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getrekkebeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getrekkebeend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getrekkebeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getrekkebeend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getrekkebeend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getrekkebeend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getrekkebeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getrekkebeend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getrekkebeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getrekkebeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getrekkebeend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getrekkebeend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te trekkebenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen trekkebenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| trekbenen | |
| trekkebeen | gebiedende wijs |
| trekkebeende | verleden tijd |
| trekkebene | aanvoegende wijs |
| trekkebenend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getrekkebeend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getrekkebeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getrekkebeend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getrekkebeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getrekkebeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getrekkebeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getrekkebeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getrekkebeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getrekkebeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getrekkebeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getrekkebeend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getrekkebeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getrekkebeend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen trekkebenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getrekkebeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult trekkebenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Samenstellende afleiding van de stam van trekken en been met het achtervoegsel -en met het invoegsel -e-
Woordfamilie van trekkebenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getrekkebeend | voltooid deelwoord | trekkebenen |
| trekkebeen | gebiedende wijs | trekkebenen |
| trekkebeende | verleden tijd | trekkebenen |
| trekkebeenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | trekkebenen |
| trekkebeent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | trekkebenen |
| trekkebene | aanvoegende wijs | trekkebenen |
| trekkebenend | onvoltooid deelwoord | trekkebenen |
| trekkebenende | woordvorm | trekkebenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trekkebenen zijn vastgelegd.