trekoog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- metalen ring waaraan met een trekkabel kan bevestigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trekogen | meervoud |
| trekoogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trekoogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van trekken ww en oog zn
Woordfamilie van trekoog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trekogen | meervoud | trekoog |
| trekoogje | verkleinwoord | trekoog |
| trekoogjes | verkleinwoord meervoud | trekoog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trekoog zijn vastgelegd.