steuren
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- Haring zouten zonder die eerst te kaken
Vervoeging van steuren
steurenhele werkwoord — steurdeverleden tijd enkelvoud — steurdenverleden tijd meervoud — gesteurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | steur | steurde |
| jij | steurt | steurde |
| hij, zij, het | steurt | steurde |
| wij | steuren | steurden |
| jullie | steuren | steurden |
| zij | steuren | steurden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gesteurd | verleden tijd, deelwoord |
| gesteurd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesteurd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesteurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesteurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesteurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesteurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesteurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesteurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesteurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesteurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesteurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesteurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesteurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesteurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesteurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesteurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesteurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| steur | gebiedende wijs |
| steurde | verleden tijd |
| steure | aanvoegende wijs |
| steurend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesteurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te steuren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen steuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gesteurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesteurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesteurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal steuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal steuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal steuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gesteurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesteurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesteurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou steuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou steuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou steuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesteurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesteurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesteurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden steuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden steuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden steuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesteurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt steuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesteurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesteurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesteurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen steuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen steuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen steuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen steuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesteurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult steuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- een familie Acipenseridae van 25 vissoorten uit de orde steurachtigen (Acipenseriformes). De naam wordt ook gebruikt voor meer dan 20 steurensoorten. Soms wordt de naam exclusiever gebruikt voor vissen uit de geslachten Acipenser en Huso, die deel uitmaken van deze familie
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord steur
Herkomst
afgeleid van steur met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van steuren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesteurd | voltooid deelwoord | steuren |
| steurde | verleden tijd | steuren |
| steurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | steuren |
| steure | aanvoegende wijs | steuren |
| steurend | onvoltooid deelwoord | steuren |
| steurende | woordvorm | steuren |
| steurt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | steuren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steuren zijn vastgelegd.