steunzool
zelfstandig naamwoord ˈstønzolBetekenis
- een binnenzool voor in een schoen die de voeten, en met name de voetbogen extra ondersteunt
Hoe spreek je steunzool uit?
/ˈstønzol/
Steunzool bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ø | deur |
| n | nek |
| z | zon |
| o | boot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| steunzolen | meervoud |
| steunzooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| steunzooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van steun ww en zool
Woordfamilie van steunzool
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| steunzolen | meervoud | steunzool |
| steunzooltje | verkleinwoord | steunzool |
| steunzooltjes | verkleinwoord meervoud | steunzool |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steunzool zijn vastgelegd.