steen
zelfstandig naamwoord, werkwoord stenBetekenis
- een harde stof, vaak op kiezel gebaseerd maar omvattende vele soorten
- een klein fragment van deze stof
- vogelziekte veroorzaakt door het organisme Trichomonas gallinae
- (harde stof)
Hoe spreek je steen uit?
/sten/
Steen bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord
- / harde stof, vaak op kiezel gebaseerd maar ook andere mineralen omvattend masculine, neuter
- een fragment van deze stof masculine
- als linkerdeel van een samengesteld bijvoeglijk naamwoord om de betekenis van het rechterdeel te versterken De eerste betekenis "harde stof" is bij sommige van deze woorden ook mogelijk. informal, intensifier, prefix
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| steentje | verkleinwoord, tweede persoon |
| steentjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| stenen | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stenen
- gebiedende wijs van stenen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stenen
Vervoeging van steen
steenhele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands steen van Oudnederlands steen, in de betekenis van ‘harde delfstof’ aangetroffen vanaf 918 **[3] wellicht onder invloed van Duitse woorden als steinalt, steinhart, steinkalt, steinreich, steintot; vergelijk kei
Woordfamilie van steen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| steentje | verkleinwoord, 2e persoon | steen |
| steentjes | verkleinwoord | steen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steen zijn vastgelegd.