achterbeen
zelfstandig naamwoord ˈɑxtərˌbenBetekenis
- een van de twee poten van een paard die het dichtst bij de staat en ver van de kop zitten (gebruikt door liefhebbers die bij paarden in plaats van 'kop' of 'poot' liever 'hoofd' en 'been' gebruiken)
- een poot aan de achterkant van een apparaat
- een van de twee poten van een paard die het dichtst bij de staat en ver van de kop zitten
Hoe spreek je achterbeen uit?
/ˈɑxtərˌben/
Achterbeen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| e | veel |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achterbeentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| achterbeentjes | verkleinwoord, meervoud |
| achterbenen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van achter bw en been zn
Woordfamilie van achterbeen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achterbeentje | verkleinwoord | achterbeen |
| achterbeentjes | verkleinwoord meervoud | achterbeen |
| achterbenen | meervoud | achterbeen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achterbeen zijn vastgelegd.