eoceen
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˌejoˈsenBetekenis
- geologisch tijdperk waarin de hoefdieren en walvissen zich sterk ontwikkelden, tweede tijdvak van de periode paleogeen, van 56 tot 34 miljoen jaar geleden
- uit het eoceen, of met betrekking tot dat tijdperk
Hoe spreek je eoceen uit?
/ˌejoˈsen/
Eoceen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| j | ja |
| o | boot |
| s | sok |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Vóór 2006 was de spelling Eoceen. |
Herkomst
van Engels Eocene, naam voorgesteld in 1833 door de Britse geoloog C. Lyell; afgeleid van Oudgrieks ἠώς (éos) "dageraad" en καινός (kainós) "nieuw", dus: "dageraad van het nieuwe (leven)";
Woordfamilie van eoceen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Eoceen | neuter | eoceen |
| eoceens | woordvorm | eoceen |
| eocene | woordvorm | eoceen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eoceen zijn vastgelegd.