zeen
zelfstandig naamwoord zenBetekenis
- stofnaam voor stevig maar buigzaam weefsel aangehecht aan een spier die de kracht ervan overbrengt op het skelet
- een pees bestaande uit 1
- koppelwerkwoord: zijn
- hulpwerkwoord: zijn, worden
- bestaan (meestal bij gebruik subjunctief)
- aan de beurt zijn
- gelijk staan aan
- zien
- kijken
- erop lijken
- het onder ogen zien
- zijn
Hoe spreek je zeen uit?
/zen/
Zeen bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| e | veel |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord
- / een pees bestaande uit [1] feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeentjes | verkleinwoord, meervoud |
| zenen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘pees’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Woordfamilie van zeen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeentje | verkleinwoord | zeen |
| zeentjes | verkleinwoord meervoud | zeen |
| zenen | meervoud | zeen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeen zijn vastgelegd.