glycogeen
zelfstandig naamwoord /ˌɣlikɔˈɣen/Betekenis
- een molecuul (polysacharide) waarin dieren energie opslaan
Hoe spreek je glycogeen uit?
/ˌxlikɔˈxen/
Glycogeen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| l | land |
| i | riet |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| e | veel |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| glycogenen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘spiersuiker’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van glycogeen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| glycogenen | meervoud | glycogeen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van glycogeen zijn vastgelegd.