collageen
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord /ˌkɔlɑˈɣen/Betekenis
- bindweefselstof, lijmvormend proteïne
- lijmvormend
Hoe spreek je collageen uit?
/ˌkɔlɑˈxen/
Collageen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| e | veel |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| collagenen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘lijmvormend eiwit’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van collageen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| collagene | woordvorm | collageen |
| collagenen | meervoud | collageen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van collageen zijn vastgelegd.