caroteen
zelfstandig naamwoord karo'tenBetekenis
- gele tot oranjerode kleurstof (C40Hx) in planten
Hoe spreek je caroteen uit?
/karoˈten/
Caroteen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| r | rood |
| o | boot |
| t | tak |
| e | veel |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- gele tot oranjerode kleurstof (C₄₀Hₓ) in planten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| carotenen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘oranjerode kleurstof in planten’ voor het eerst aangetroffen in 1902
Woordfamilie van caroteen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| carotenen | meervoud | caroteen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van caroteen zijn vastgelegd.