heen
bijwoord, zelfstandig naamwoord /ɦeːn/Betekenis
- in de richting van, naartoe
- scheidbaar deel van sommige bijwoorden en voorzetsels, bijvoorbeeld overheen, achterheen
- ~ en weer: in een bepaalde richting en weer terug
Hoe spreek je heen uit?
/hen/
Heen bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| e | veel |
| n | nek |
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: weg
- prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord: in de richting van, naartoe
zelfstandig naamwoord — neuter
- grasachtige soort, Bolboschoenus maritimus in de familie van de cypergrassenfamilie (Cyperaceae). De soort komt voor in gematigde en warme streken van Australië, Oost-Canada, Azië, Afrika en Europa. Ze is ingeburgerd in Noord- en Zuid-Amerika. In Vlaanderen en Nederland is heen algemeen in de kuststreek, in polders en langs rivieren
Herkomst
bw: in de betekenis van ‘bijwoord van plaats: weg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van heen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| henen | meervoud | heen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heen zijn vastgelegd.