steengrillen
werkwoordBetekenis
- manier van voedselbereiding waarbij men zijn vlees zelf bakt op een gloeiend hete steen
Vervoeging van steengrillen
steengrillenhele werkwoord — steengrildeverleden tijd enkelvoud — steengrildenverleden tijd meervoud — gesteengrildvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | steengril | steengrilde |
| jij | steengrilt | steengrilde |
| hij, zij, het | steengrilt | steengrilde |
| wij | steengrillen | steengrilden |
| jullie | steengrillen | steengrilden |
| zij | steengrillen | steengrilden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gesteengrild | verleden tijd, deelwoord |
| gesteengrild te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesteengrild zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesteengrild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesteengrild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesteengrild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesteengrild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesteengrild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesteengrild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesteengrild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesteengrild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesteengrild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesteengrild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesteengrild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesteengrild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesteengrild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesteengrild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesteengrild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| steengril | gebiedende wijs |
| steengrilde | verleden tijd |
| steengrille | aanvoegende wijs |
| steengrillend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesteengrild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te steengrillen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen steengrillen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gesteengrild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesteengrild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesteengrild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gesteengrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesteengrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesteengrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesteengrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesteengrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesteengrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesteengrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesteengrild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesteengrild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesteengrild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen steengrillen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesteengrild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult steengrillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van steen en grillen
Woordfamilie van steengrillen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesteengrild | voltooid deelwoord | steengrillen |
| steengril | gebiedende wijs | steengrillen |
| steengrilde | verleden tijd | steengrillen |
| steengrilden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | steengrillen |
| steengrille | aanvoegende wijs | steengrillen |
| steengrillend | onvoltooid deelwoord | steengrillen |
| steengrillende | woordvorm | steengrillen |
| steengrilt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | steengrillen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steengrillen zijn vastgelegd.