pateen
zelfstandig naamwoord paˈtenBetekenis
- (katholiek) (anglicaans) schotel voor de hostie, waarop deze tijdens de mis|Heilige Mis wordt neergelegd en waarboven deze later wordt gebroken
Hoe spreek je pateen uit?
/paˈten/
Pateen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| a | maan |
| t | tak |
| e | veel |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- schotel voor de hostie, waarop deze tijdens de Heilige Mis wordt neergelegd en waarboven deze later wordt gebroken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pateentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pateentjes | verkleinwoord, meervoud |
| patenen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schotel voor hostie’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van pateen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pateentje | verkleinwoord | pateen |
| pateentjes | verkleinwoord meervoud | pateen |
| patenen | meervoud | pateen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pateen zijn vastgelegd.