mioceen
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˌmijoˈsenBetekenis
- geologisch tijdperk waarin de grassen zich over de hele wereld verspreiden, eerste tijdvak van de periode neogeen, van 23 tot 5 miljoen jaar geleden
- uit het mioceen, of met betrekking tot dat tijdperk
Hoe spreek je mioceen uit?
/ˌmijoˈsen/
Mioceen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| i | riet |
| j | ja |
| o | boot |
| s | sok |
| e | veel |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Vóór 2006 was de spelling Mioceen. |
Herkomst
van Engels Miocene, naam voorgesteld in 1833 door de Britse geoloog C. Lyell; afgeleid van Oudgrieks μείων (meíoon) "minder" en καινός (kainós) "nieuw", dus: "minder nieuw (leven)", omdat maar een minderheid van de fossielen uit die periode van tegenwoordige soorten afkomstig is;
Woordfamilie van mioceen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Mioceen | neuter | mioceen |
| mioceens | woordvorm | mioceen |
| miocene | woordvorm | mioceen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mioceen zijn vastgelegd.