green
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣrenBetekenis
- dennenboom, naaldboom
- (golf) speelveld met kort gemaaid gras rondom een hole
- (golf) aanduiding van een complete golfbaan met meerdere holes
- enkelvoud verleden tijd van grijnen
- groen
- golfveld
- aanhanger van stroming of partij die milieu en natuur vooropstelt
Hoe spreek je green uit?
/xren/
Green bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| e | veel |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord — masculine
- grove den, Pinus sylvestris
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| greentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| greentjes | verkleinwoord, meervoud |
| grenen | meervoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- speelveld met kort gemaaid gras rondom een hole
- aanduiding van een complete golfbaan met meerdere holes obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| greens | meervoud |
| greentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| greentjes | verkleinwoord, meervoud |
Vervoeging van green
greenhele werkwoord
Herkomst
[dennenboom]: van Oudnoords grön "naaldboom"
Woordfamilie van green
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| greens | meervoud | green |
| greentje | verkleinwoord | green |
| greentjes | verkleinwoord meervoud | green |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van green zijn vastgelegd.