steenhouwer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een handwerksman die natuursteen met hamer en beitel bewerkt in een steenhouwerij of tijdens restauratiewerkzaamheden.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| steenhouwers | meervoud |
| steenhouwertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| steenhouwertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van steen en houwer
Woordfamilie van steenhouwer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| steenhouwers | meervoud | steenhouwer |
| steenhouwertje | verkleinwoord | steenhouwer |
| steenhouwertjes | verkleinwoord meervoud | steenhouwer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steenhouwer zijn vastgelegd.