afrit
zelfstandig naamwoord ˈɑfrɪtBetekenis
- een verkeersweg waarlangs men van een autoweg of autosnelweg af kan rijden
Hoe spreek je afrit uit?
/ˈɑfrɪt/
Afrit bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afritje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afritjes | verkleinwoord, meervoud |
| afritten | meervoud |
Herkomst
helling waar men vanaf kan rijden
Woordfamilie van afrit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afritje | verkleinwoord | afrit |
| afritjes | verkleinwoord meervoud | afrit |
| afritten | meervoud | afrit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afrit zijn vastgelegd.