Naar de inhoud

vertrekken

weggaan.

vertrekken is meer dan één woord

vertrekken

werkwoord, zelfstandig naamwoord vərˈtrɛkə(n)

Betekenis

  1. weggaan.
  2. van gelaatstrekken van uitdrukking veranderen
  3. stoppen met het vervullen van een functie

Hoe spreek je vertrekken uit?

/vərˈtrɛkən/

Vertrekken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈtrɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
t tak
ɛ bed
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vertrekken

vertrekkenhele werkwoord — vertrokverleden tijd enkelvoud — vertrokkenverleden tijd meervoud — vertrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vertrek vertrok
jij vertrekt vertrok
hij, zij, het vertrekt vertrok
wij vertrekken vertrokken
jullie vertrekken vertrokken
zij vertrekken vertrokken
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vertrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vertrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vertrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vertrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vertrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vertrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vertrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vertrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vertrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vertrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vertrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vertrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vertrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vertrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vertrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vertrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vertrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vertrekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vertrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertrek gebiedende wijs
vertrekke aanvoegende wijs
vertrekkend onvoltooid, deelwoord
vertrok verleden tijd
vertrokken verleden tijd, deelwoord
vertrokken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vertrokken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vertrokken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertrokken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertrokken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertrokken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vertrokken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vertrokken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertrokken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertrokken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart vertrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vertrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vertrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vertrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vertrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vertrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vertrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vertrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vertrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vertrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vertrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vertrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vertrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vertrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vertrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vertrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vertrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vertrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vertrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vertrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vertrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vertrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vertrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vertrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vertrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vertrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vertrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vertrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vertrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vertrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vertrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vertrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vertrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vertrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vertrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vertrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vertrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vertrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vertrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vertrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vertrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vertrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vertrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vertrek

Herkomst

In de betekenis van ‘weggaan’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Woordfamilie van vertrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vertrekke aanvoegende wijs vertrekken
vertrekkend onvoltooid deelwoord vertrekken
vertrekkende woordvorm vertrekken
vertrekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vertrekken
vertrok verleden tijd vertrekken
vertrokken voltooid deelwoord vertrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertrekken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vertrekken

Hoe spreek ik vertrekken uit?
Zo spreek je vertrekken uit: /vərˈtrɛkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van vertrekken?
Vertrekken is een werkwoord. De betekenis is: weggaan. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vertrekken?
Zo vervoeg je vertrekken zo: de tegenwoordige tijd is vertrek, de verleden tijd is vertrok en het voltooid deelwoord is vertrokken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vertrekken?

Vertrekken rijmt op 35 woorden op -ekken; bekken, ontdekken en dekken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vertrekken, uitspraak vərˈtrɛkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bekken 2
ontdekken 3
dekken 2
wekken 2
lijken 2
trekken 2
onttrekken 3
voltrekken 3
checken 2
nekken 2
rekken 2
strekken 2
samentrekken 4
verwekken 3
uitrekken 3
overtrekken 4
wecken 2
worteltrekken 4
palingtrekken 4
ganstrekken 3
kwekken 2
overdekken 4
verdekken 3
oprekken 3
accommodatiedekken 7
giraffennekken 5
huttendekken 4
jongensgekken 4
meisjesgekken 4
paardendekken 4
papegaaienbekken 6
pennentrekken 4
plekken 2
privégesprekken 5
vluchtelingenhekken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vertrekken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vertrekken levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vertrekken in het kort

vertrekken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vertrekken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vertrekken bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vertrekken: weggaan.
Deel vertrekken — standaardnederlands.nl