Kamer
eigennaam ˈkamərBetekenis
- benaming voor een deel van het parlement
- (Nederland) Tweede Kamer der Staten-Generaal
- (Nederland) Eerste Kamer der Staten-Generaal
- (België) Kamer van volksvertegenwoordigers
- benaming voor een overkoepelend orgaan voor bedrijvigheid in een bepaald gebied
Hoe spreek je Kamer uit?
/ˈkamər/
Kamer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| m | maan |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (eigennaam)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (Kamers) * | meervoud |
| Kamers | bezittelijk |
Herkomst
leenvertaling van Frans Chambre, kamer zn "onderdeel van een orgaan dat over bepaalde zaken uitspraken doet", geschreven met een hoofdletter volgens spellingregel 16.N, in de betekenis "deel van het wetgevend lichaam" aangetroffen vanaf 1798 **[1.1] (verkorting) van Tweede Kamer **[1.2] (verkorting) van Eerste Kamer **[1.3] (verkorting) van Kamer van volksvertegenwoordigers **[2] (verkorting) van Kamer van Koophandel
Woordfamilie van Kamer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Kamers | possessive | Kamer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Kamer zijn vastgelegd.