mijt
zelfstandig naamwoord, werkwoord mɛitBetekenis
- opgestapelde hoop hooi, stro, takkenbossen enz
Hoe spreek je mijt uit?
/mɛit/
Mijt bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛi | trein |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als meid.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor dieren uit de superorde Acariformes kleine geleedpotige, overwegend parasitisch levende diertjes
- opgestapelde hoop hooi, stro, takkenbossen en dergelijke
- muntje met de waarde van een achtenveertigste van een stuiver obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mijten | meervoud |
| mijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van mijten
- gebiedende wijs van mijten
Vervoeging van mijt
mijthele werkwoord
Herkomst
[1] van Middelnederlands mite, in de betekenis van ‘spinachtige’ aangetroffen vanaf 1287
Woordfamilie van mijt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mijtje | verkleinwoord | mijt |
| mijtjes | verkleinwoord meervoud | mijt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mijt zijn vastgelegd.