bereid
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord bə'rɛɪtBetekenis
- akkoord gaand, instemmend: bereid tot actie
Hoe spreek je bereid uit?
/bəˈrɛit/
Bereid bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bereide | verbogen, stellende trap |
| bereids | partitief, stellende trap |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bereiden
- gebiedende wijs van bereiden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bereiden
- voltooid deelwoord van bereiden
Vervoeging van bereid
bereidhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘gereed’ voor het eerst aangetroffen in 1301