toegankelijkheid
zelfstandig naamwoord tuˈɣɑŋkələkˌhɛitBetekenis
- de mate waarin het mogelijk is toegang tot iets te krijgen
- de mogelijkheden die een gebruiker of moderator heeft om invloed uit te oefenen op de werking van de software
Hoe spreek je toegankelijkheid uit?
/tuˈxɑŋkələkˌhɛit/
Toegankelijkheid bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets begrijpelijk is voor de lezer of toehoorder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (toegankelijkheidje) | verkleinwoord, enkelvoud |
| (toegankelijkheidjes) | verkleinwoord, meervoud |
| toegankelijkheden | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van toegankelijk met het achtervoegsel -heid.
Woordfamilie van toegankelijkheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toegankelijkheden | meervoud | toegankelijkheid |
| toegankelijkheidje | woordvorm | toegankelijkheid |
| toegankelijkheidjes | meervoud | toegankelijkheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toegankelijkheid zijn vastgelegd.