vruchtbaarheid
zelfstandig naamwoord ˈvrʏx(t)barˌhɛitBetekenis
- het vermogen vrucht te dragen
Hoe spreek je vruchtbaarheid uit?
/ˈvrʏxtbarˌhɛit/
Vruchtbaarheid bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| r | rood |
| ʏ | put |
| x | acht |
| t | tak |
| b | bak |
| a | maan |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vruchtbaarheden | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van vruchtbaar met het achtervoegsel -heid.
Woordfamilie van vruchtbaarheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vruchtbaarheden | meervoud | vruchtbaarheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vruchtbaarheid zijn vastgelegd.