affiniteit
zelfstandig naamwoord /ɑfiniˈtɛit/Betekenis
- een geestelijke verwantschap
- de geneigdheid om verbindingen te vormen
- de aantrekking die bij de aanraking van twee verschillende stoffen plaatsvindt
Hoe spreek je affiniteit uit?
/ɑfiniˈtɛit/
Affiniteit bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| i | riet |
| n | nek |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| affiniteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verwantschap’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Woordfamilie van affiniteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| affiniteiten | meervoud | affiniteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van affiniteit zijn vastgelegd.