activiteit
zelfstandig naamwoord ˌɑktiviˈtɛitBetekenis
- een bepaalde werkzaamheid, verrichting
- beweging
- toestand waarin veel handelingen worden verricht, de bedrijvigheid
- mate waarin radioactieve stoffen uiteenvallen, radioactiviteit
Hoe spreek je activiteit uit?
/ˌɑktiviˈtɛit/
Activiteit bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| k | kat |
| t | tak |
| i | riet |
| v | vis |
| ɛi | trein |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| activiteiten | meervoud |
| activiteitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| activiteitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘werkzaamheid’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Woordfamilie van activiteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| activiteiten | meervoud | activiteit |
| activiteitje | verkleinwoord | activiteit |
| activiteitjes | verkleinwoord meervoud | activiteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van activiteit zijn vastgelegd.