geleid
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord ɣəˈlɛitBetekenis
- (van projectielen etc.) tijdens de vlucht bestuurbaar
- door één of meer oorzakelijke factoren naar een bepaald resultaat gestuurd zijn
- van hoger hand geregeld, in vaste banen geleid
Hoe spreek je geleid uit?
/xəˈlɛit/
Geleid bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van geleiden
- voltooid deelwoord van leiden
- voltooid deelwoord van leggen
Vervoeging van geleid
geleidhele werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
- tijdens de vlucht bestuurbaar
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van geleiden
- gebiedende wijs van geleiden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van geleiden
Vervoeging van geleid
geleidhele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van geleiden: de stam zonder -d omdat de stam al op -d eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van geleid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geleids | woordvorm | geleid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geleid zijn vastgelegd.