zomertijd
zelfstandig naamwoord ˈzomərˌtɛitBetekenis
- regeling waarbij de klok gedurende de lente- en zomermaanden een uur vooruit wordt gezet, met als hoofddoel meer van het daglicht te profiteren
Hoe spreek je zomertijd uit?
/ˈzomərˌtɛit/
Zomertijd bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| r | rood |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- regeling waarbij de klok vanaf een moment in de lente tot een moment in de herfst een uur vooruit wordt gezet, met als hoofddoel meer van het daglicht te profiteren
- deel van het jaar waarin de zon langer schijnt en het warmer is, vaak gebruikt voor een ruimere periode dan de meteorologische zomer
Herkomst
samenstelling van zomer zn en tijd zn