kwaliteit
zelfstandig naamwoord ˌkwaliˈtɛitBetekenis
- peil van uitmuntendheid
- onderscheidende eigenschap of geschiktheid (voor een bepaald doel)
- hoedanigheid, functie
- benaming voor het verschil in waarde tussen een toren en een loper of paard
Hoe spreek je kwaliteit uit?
/ˌkwaliˈtɛit/
Kwaliteit bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| w | quiz |
| a | maan |
| l | land |
| i | riet |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kwaliteiten | meervoud |
| kwaliteitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kwaliteitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hoedanigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Woordfamilie van kwaliteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kwaliteiten | meervoud | kwaliteit |
| kwaliteitje | verkleinwoord | kwaliteit |
| kwaliteitjes | verkleinwoord meervoud | kwaliteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwaliteit zijn vastgelegd.