mandoline
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een klein, luitvormig tokkelinstrument met vier paar snaren waarop met een plectrum getokkeld wordt
- rechthoekige rasp/schaaf, waarmee flinterdunne plakjes gemaakt kunnen worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mandolines | meervoud |
| mandolinetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mandolinetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord van het Frans mandoline, in de betekenis van ‘snaarinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1806
Woordfamilie van mandoline
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mandolines | meervoud | mandoline |
| mandolinetje | verkleinwoord | mandoline |
| mandolinetjes | verkleinwoord meervoud | mandoline |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mandoline zijn vastgelegd.