cachot
zelfstandig naamwoord kɑ'ʃɔtBetekenis
- een donkere, vochtige, oncomfortabele ruimte om een arrestant tijdelijk in op te sluiten
Hoe spreek je cachot uit?
/kɑˈʃɔt/
Cachot bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| ʃ | sjaal |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cachotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cachotjes | verkleinwoord, meervoud |
| cachotten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gevangenis’ voor het eerst aangetroffen in 1698
Woordfamilie van cachot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cachotje | verkleinwoord | cachot |
| cachotjes | verkleinwoord meervoud | cachot |
| cachotten | meervoud | cachot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cachot zijn vastgelegd.