boot
zelfstandig naamwoord, werkwoord botBetekenis
- klein vaartuig
- laars die tot net boven de enkels komt
- laars
Hoe spreek je boot uit?
/bot/
Boot bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als bood, boodt.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bootjes | verkleinwoord, meervoud |
| boten | meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boots | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van boten
- gebiedende wijs van boten
- enkelvoud tegenwoordige tijd van booten
- gebiedende wijs van booten
Vervoeging van boot
boothele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘vaartuig’ voor het eerst aangetroffen in 1390 x