casinobrood
zelfstandig naamwoord kaˈzinoˌbrotBetekenis
- fijn soort witbrood, gebakken in een bus (casino, broodblik) dat met een deksel gesloten wordt
Hoe spreek je casinobrood uit?
/kaˈzinoˌbrot/
Casinobrood bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| z | zon |
| i | riet |
| n | nek |
| o | boot |
| b | bak |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| casinobroden | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘broodsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1914
Woordfamilie van casinobrood
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| casinobroden | meervoud | casinobrood |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van casinobrood zijn vastgelegd.