poot
zelfstandig naamwoord, werkwoord potBetekenis
- ledemaat van een dier
- been van een meubelstuk
- hand of voet van een mens
- homoseksuele man
- stekje
- deel van een organisatie
Hoe spreek je poot uit?
/pot/
Poot bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| o | boot |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- afgesneden deel van een plant dat weer tot een nieuwe plant kan uitgroeien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pootjes | verkleinwoord, meervoud |
| poten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van poten
- gebiedende wijs van poten
Vervoeging van poot
poothele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands pote, in de betekenis van ‘been’ aangetroffen vanaf 1287 **[4] (verkorting) van ruigpoot, in de betekenis van ‘mannelijke homoseksueel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1974 **[6] naamwoord van handeling van poten ww