stoot
zelfstandig naamwoord, werkwoord /stot/Betekenis
- een kracht van korte duur die tegen iets of iemand aan wordt uitgeoefend
- een kortdurende dosis
- (Zuid-Nederlands) een ongelooflijke en vaak toevallige gebeurtenis
Hoe spreek je stoot uit?
/stot/
Stoot bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| o | boot |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een ongelooflijke en vaak toevallige gebeurtenis
- aantrekkelijk, knap iemand informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stootjes | verkleinwoord, meervoud |
| stoten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van stoten
- gebiedende wijs van stoten
Vervoeging van stoot
stoothele werkwoord
Woordfamilie van stoot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stootje | verkleinwoord | stoot |
| stootjes | verkleinwoord meervoud | stoot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stoot zijn vastgelegd.