koot
zelfstandig naamwoord, werkwoord kotBetekenis
- vingerlid
- teenlid van hoefdieren
Hoe spreek je koot uit?
/kot/
Koot bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als coat, côte.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- gedeelte van de ondervoet bij het paard tussen kogelgewricht en hoef
- bikkeltje
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kootjes | verkleinwoord, meervoud |
| koten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van koten
- gebiedende wijs van koten
Vervoeging van koot
koothele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘hielbeentje van het paard’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1445.